Unit 4.2
Negatie
Introduction
In alle talen is er een manier om iets positief of negatief uit te drukken. Dit fenomeen benoemen we als de affirmatie (= positief) en de negatie (= negatief).
Anders dan in vele talen hangt de ontkenning in het Nederlands niet vast aan het werkwoord;
de ontkenning staat meestal ergens anders.
De twee belangrijkste woorden voor de negatie in het Nederlands zijn geen en niet.
Form
| Affirmatie | Negatie |
| Ø, een, veel, enkele | geen |
| Ø, wel | niet |
Example
Use
- ‘Geen’ gebruiken we voor niet-specifieke zaken, voor mensen en voor getallen. Ook gebruiken we ‘geen’ in de negatie als er ‘een’, ‘veel’, ‘enkele’ of als er niets voor het zelfstandig naamwoord staat.
- ‘Niet’ gebruiken we na specifieke zaken of gekende mensen. ‘Niet’ gebruiken we ook voor voorzetsels en bijwoorden. Ook gebruiken we ‘niet’ als er in de negatie ‘wel’ staat of als er niets staat.
Exercises
The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.