Unit 8.2
Voorzetsels van plaats en richting
Introduction
Een voorzetsel (of prepositie) is een onverbuigbare woordsoort die altijd deel uitmaakt van een zinsdeel (vaak een bijwoordelijke bepaling) en de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft.
Form
| Plaats | aan, achter, bij, boven, buiten, in, naast, onder, op, tegen, tegenover, tussen, voor |
| Richting | door, in, langs, naar, om, over, tot, van |
Exercises
The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.