Unit 5.1
Persoonlijk voornaamwoord: voorwerp
Introduction
Het persoonlijk voornaamwoord maakt deel uit van de voornaamwoorden of pronomina en het kan in de plaats van een zelfstandig naamwoord staan.
We kunnen voornaamwoorden definiëren als een verwijzing naar iets anders dat al dan niet in dezelfde zin wordt genoemd, dan wel verwijst naar een buitentalig element binnen het perspectief van de spreker (een exoforische verwijzing).
We kunnen een voornaamwoord zelfstandig of bijvoeglijk gebruiken.
Form
In dit gedeelte hebben we het over het persoonlijk voornaamwoord, meer bepaald over de voorwerpfunctie ervan.
| Enkelvoud | Met nadruk | Zonder nadruk |
| 1e pers. | mij | me |
| 2e pers. | jou u |
je u |
| 3e pers. | hem haar het |
‘m ‘r ‘t |
| Meervoud | Met nadruk | Zonder nadruk |
| 1e pers. | ons | ons |
| 2e pers. | jullie u |
je u |
| 3e pers. | hen, jullie | ze |
Example
Use
Voorwerp
- We gebruiken de voorwerpsvorm vaak na een voorzetsel.
Voorwerp 1e persoon
- De eerste persoon enkelvoud gebruiken we als iemand over zichzelf spreekt.
- De eerste persoon meervoud gebruiken we als iemand over zichzelf en anderen spreekt.
Voorwerp 2e persoon
- De tweede persoon enkelvoud gebruiken voor de persoon of het dier waar we tegen praten.
- ‘Jou’/’je’ gebruiken we voor vrienden, ouders, kinderen en jongeren.
- ‘U’ gebruiken we voor onbekenden en voor personen waar we meneer of mevrouw tegen zeggen.
- De tweede persoon meervoud gebruiken we voor twee of meer personen.
Voorwerp 3e persoon
- ‘Hem’ gebruiken we bij een mannelijke persoon. ‘Hem’ gebruiken we bij mannelijke de-woorden.
- ‘Haar’ gebruiken we bij een vrouwelijke persoon.
- ‘Het’ gebruiken we bij een het-woord.
- ‘Ze’/’hun’/’hen’ gebruiken we als we over twee of meer personen, dieren of zaken spreken.
- ‘Hun’ en ’hen’ gebruiken we bij personen.
- ‘Ze’ gebruiken we vooral bij zaken. ‘Ze’ gebruiken we in de spreektaal ook voor personen.
Exercises
The exercises are not created yet. If you would like to get involve with their creation, be a contributor.